Gids: rauw vlees hond voor jouw hond
Je hebt er vast weleens over gehoord: je hond rauw vlees voeren. Maar wat is het nu eigenlijk? In de kern is het heel simpel. Je stapt af van bewerkte brokken en geeft je hond een maaltijd die veel meer lijkt op wat zijn voorouders, de wolven, aten. Het idee is dat een verse, onbewerkte maaltijd veel beter past bij de natuurlijke spijsvertering van je hond.
Wat is rauw voeren precies?

Steeds meer hondenbaasjes maken de bewuste keuze voor rauw voeren. Het is een onderwerp dat best wat vragen kan oproepen, maar de basisgedachte is eenvoudig: geef je hond eten dat zo dicht mogelijk bij de natuur staat. Zie het als een upgrade van zijn maaltijd: van een droge, bewerkte brok naar een verse kom vol natuurlijke ingrediënten.
Deze manier van voeren is trouwens niet nieuw en kent verschillende stromingen. De twee bekendste methodes zijn BARF en KVV. Ze hebben een net iets andere aanpak, maar het doel is hetzelfde: een compleet en gezond dieet op basis van rauwe, verse producten.
De principes van BARF en KVV
Als je je gaat verdiepen in rauw voeren, vliegen de termen BARF en KVV je om de oren. Het is handig om te weten wat het verschil is:
- BARF (Bones and Raw Food): Dit is de doe-het-zelf-methode. Je stelt zelf de maaltijden voor je hond samen met spiervlees, organen, botten en eventueel wat groenten en fruit. Je hebt de volledige controle, maar het vraagt wel wat meer kennis en voorbereiding.
- KVV (Kant-en-klaar Vers Vlees): Dit is de makkelijkste start. KVV is een complete, gemalen mix van vlees, organen en botten die al in de juiste verhoudingen is ingevroren. Je hoeft het alleen maar te ontdooien en te serveren. Simpeler kan bijna niet!
Of je voor BARF of KVV kiest, hangt helemaal af van je eigen voorkeur, tijd en hoeveel je er al over weet. KVV biedt gemak en zekerheid, terwijl BARF je de vrijheid geeft om alles tot in detail zelf te bepalen.
Waarom is rauw vlees zo populair?
De laatste jaren is rauwe vleesvoeding in Nederland enorm populair geworden. Er wordt geschat dat zo’n 100.000 honden in ons land al rauw vlees krijgen. Een belangrijke reden? Het vleespercentage. KVV-voer bevat 80 tot 100 procent vlees, terwijl veel reguliere hondenbrokken vaak maar tussen de 20 en 40 procent vlees bevatten. Dat is nogal een verschil.
De groeiende interesse komt vooral voort uit de wens om onze honden zo natuurlijk en onbewerkt mogelijk te voeren. Voor veel baasjes is het een logische stap, zeker als je een puppy in huis haalt en hem direct een goede start wilt geven. Ben je je aan het voorbereiden op een pup? Lees dan ook onze gids met alles wat je nodig hebt voor een puppy.
Rauw voeren is meer dan alleen een stuk vlees in de bak doen. Het is een bewuste keuze voor een dieet dat is afgestemd op de biologische behoeften van je hond. Het doel is om zijn gezondheid van binnenuit te ondersteunen met pure en herkenbare ingrediënten.
Deze gids helpt je verder op weg. We duiken samen dieper in de voordelen en risico’s, bespreken de veiligheid en laten je zien hoe je een gebalanceerd menu samenstelt.
De voor- en nadelen eerlijk op een rij

De overstap naar rauw vlees voor je hond is geen beslissing die je zomaar even neemt. Het is een onderwerp met felle voor- en tegenstanders. De ene groep zweert bij de geweldige resultaten die ze zien, terwijl de andere je waarschuwt voor de serieuze risico’s.
Om je te helpen een keuze te maken die écht bij jou en je hond past, zetten we de voor- en nadelen eerlijk naast elkaar. Geen verkooppraatje, maar gewoon een helder overzicht van wat je kunt verwachten. Laten we beginnen met de positieve kant.
Wat zijn de mogelijke voordelen?
Veel baasjes die de sprong wagen, zien al snel mooie veranderingen bij hun hond. Het zijn vaak deze voordelen die de doorslag geven om met een rauw dieet te beginnen.
- Een gezonde huid en glanzende vacht: Rauw vlees zit bomvol natuurlijke vetzuren en goede eiwitten. Dit zijn de bouwstenen voor een gezonde huid en een vacht die écht straalt. Veel mensen merken dat de jeuk verdwijnt en de vacht voller en glanzender wordt.
- Betere spijsvertering en minder poep: Omdat rauw voedsel puur en onbewerkt is, kan het spijsverteringssysteem van veel honden het makkelijker aan. Het resultaat? Stevigere, kleinere drolletjes die ook nog eens minder stinken.
- Schonere tanden en een frisse adem: Het kluiven op rauwe, vlezige botten is eigenlijk een natuurlijke tandenborstelbeurt. Het schraapt tandplak weg en helpt zo tandsteen te voorkomen. Benieuwd hoe je het gebit nog meer kunt ondersteunen? Lees dan onze tips over hoe je tandsteen bij je hond kunt voorkomen.
- Meer energie en een gezond gewicht: Een dieet dat rijk is aan hoogwaardige eiwitten helpt bij het opbouwen van spieren en geeft je hond vaak een energieboost. Daarnaast is het een goede manier om een ideaal gewicht te bereiken én te behouden.
Het idee achter rauw voeren is eigenlijk heel logisch: een dieet dat zo dicht mogelijk bij de natuur staat, past beter bij de hond. Dit kan op zijn beurt weer leiden tot een betere algehele gezondheid.
Deze ervaringen worden deels ondersteund door onderzoek. Zo toonde een grootschalige studie aan dat 43% van de rauw gevoerde honden gezondheidsproblemen had, vergeleken met 49% van de honden die traditioneel voer kregen.
Waar moet je voor oppassen? De risico’s
Naast alle voordelen zijn er ook serieuze risico’s waar je rekening mee moet houden. Het is ontzettend belangrijk dat je deze gevaren kent voordat je de knoop doorhakt. Zonder de juiste kennis en voorzorgsmaatregelen kan een rauw dieet namelijk meer kwaad dan goed doen.
De belangrijkste nadelen om in gedachten te houden:
- Bacteriën in het vlees: Rauw vlees kan bacteriën zoals Salmonella, E. coli en Listeria bevatten. Een gezonde hond kan hier vaak wel tegen, maar het vormt een risico voor de hond zelf en zeker ook voor de mensen in huis. Wees extra voorzichtig met jonge kinderen, ouderen of mensen met een zwakker immuunsysteem.
- Kans op voedingstekorten: Zelf een dieet samenstellen (BARF) is niet zomaar wat vlees in een bak gooien. Als de maaltijd niet goed gebalanceerd is, kan je hond belangrijke voedingsstoffen mislopen. Een verkeerde verhouding tussen calcium en fosfor is bijvoorbeeld heel gevaarlijk voor de botontwikkeling van een puppy.
- De gevaren van botten: Kluiven op botten is geweldig voor het gebit, maar brengt ook risico’s met zich mee. De verkeerde soort botten kan tanden beschadigen of splinteren en voor nare interne verwondingen of verstoppingen zorgen. Een gouden regel: geef nooit gekookte of gerookte botten, want die zijn broos en gevaarlijk.
- Parasieten: Vooral in vlees van wild kunnen parasieten zitten. Dit risico kun je gelukkig flink verkleinen door het vlees voor een langere periode goed in te vriezen.
Rauw vlees dieet versus traditionele brokken
Om alles nog duidelijker te maken, hebben we de belangrijkste verschillen tussen een rauw vlees dieet en traditionele brokken voor je in een tabel gezet. Dit overzicht helpt je de twee opties rechtstreeks met elkaar te vergelijken.
| Kenmerk | Rauw Vlees Dieet (BARF/KVV) | Traditionele Brokken |
|---|---|---|
| Ingrediënten | Onbewerkt vlees, organen, botten en eventueel groenten. | Bewerkt, vaak met granen, vleesmeel en toegevoegde vitamines. |
| Spijsvertering | Natuurlijke vertering, vaak kleinere en stevigere ontlasting. | Hoger vezelgehalte, kan leiden tot meer en zachtere ontlasting. |
| Gebitsverzorging | Natuurlijke reiniging door kauwen op vlezige botten. | Speciale brokvormen kunnen helpen, maar effect is vaak beperkt. |
| Veiligheid | Risico op bacteriën (Salmonella, E. coli) en parasieten. | Gering bacterieel risico door verhittingsproces. |
| Voorbereiding | Vereist kennis, planning en strikte hygiëne (ontdooien, schoonmaken). | Zeer eenvoudig, direct uit de zak te serveren. |
| Balans | Risico op voedingstekorten bij onjuiste samenstelling (BARF). | Altijd compleet en gebalanceerd door de fabrikant. |
Uiteindelijk is de keuze om je hond rauw vlees te geven heel persoonlijk. Weeg de voordelen goed af tegen de risico’s en kijk kritisch naar wat het beste past bij jouw hond, jouw levensstijl en de situatie thuis.
Hygiëne en veiligheid in de keuken
Als je besluit je hond rauw vlees te voeren, haal je letterlijk een nieuw ingrediënt je keuken in. En dat is prima, zolang je maar onthoudt dat je met rauwe producten werkt. Eigenlijk gelden dezelfde regels als wanneer je kipfilet snijdt voor je eigen avondeten. Goede hygiëne is dus geen extra stap, maar de absolute basis voor de veiligheid van je hond, jezelf en de rest van je gezin.
Geen zorgen, dit hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. Met een paar simpele, vaste gewoontes maak je van je keuken een veilige zone en geef je bacteriën als Salmonella of E. coli geen schijn van kans. Zie het gewoon als een vast ritueel: voorbereiden, schoonmaken, opruimen. Klaar.
Kruisbesmetting? Niet in jouw keuken!
Het grootste gevaar bij het werken met rauw vlees is kruisbesmetting. Simpel gezegd: bacteriën die van het vlees op je aanrecht, een ander mes of je handen terechtkomen. Door consequent te werk te gaan, maak je dit risico gelukkig piepklein.
Drie simpele stappen zijn genoeg:
- Gebruik aparte spullen: Wijs een snijplank, een mes en natuurlijk een voerbak aan die je alleen voor het rauwe vlees van je hond gebruikt. Materialen die je goed heet kunt afwassen, zoals roestvrij staal of kunststof, zijn ideaal. Een houten plank is wat poreuzer, waardoor je die lastiger 100% bacterievrij krijgt.
- Was je handen, altijd: Het klinkt als een open deur, maar dit is echt de allerbelangrijkste stap. Was je handen met warm water en zeep, minimaal 20 seconden lang. Doe dit vóórdat je het vlees aanraakt, en direct erna weer.
- Meteen opruimen en schoonmaken: Laat die gebruikte snijplank en het mes niet op het aanrecht liggen. Maak alles direct na gebruik schoon met heet water en een goed sopje. Een desinfecterende spray voor keukenoppervlakken kan je net dat beetje extra zekerheid geven.
Een schone keuken is een veilige keuken. Door direct na het bereiden van de maaltijd van je hond alles schoon te maken, voorkom je dat bacteriën de kans krijgen zich te verspreiden. Het is een kleine moeite met een groot effect op de gezondheid van je hele huishouden.
Vlees veilig bewaren en ontdooien
Goede hygiëne begint al bij hoe je het vlees bewaart. Kou is je beste vriend als het gaat om het tegengaan van bacteriegroei.
Zorg er dus voor dat je vriezer koud genoeg is, het liefst -18°C of lager. Daarmee zet je de groei van de meeste bacteriën op pauze. Is het tijd voor de maaltijd? Dan is de manier van ontdooien cruciaal.
- De beste methode: Haal het vlees een dag van tevoren uit de vriezer en laat het rustig ontdooien in de koelkast. Leg het wel even in een afgesloten bak op de onderste plank. Zo voorkom je dat er vleessappen op je andere boodschappen lekken.
- De snelle methode: Moet het wat rapper? Leg het bevroren vlees dan (in een waterdichte verpakking) in een kom met koud water. Ververs het water ongeveer elk half uur, zodat het lekker koel blijft.
- Wat je écht niet moet doen: Ontdooi rauw vlees nooit op het aanrecht. Kamertemperatuur is een feestje voor bacteriën, die zich dan razendsnel vermenigvuldigen. Ook de magnetron is geen goed idee; het vlees gaart dan vaak al een beetje en ontdooit ongelijkmatig.
Door deze regels te volgen, wordt het omgaan met rauw vlees voor je hond een veilige en stressvrije routine. Het draait allemaal om het aanleren van goede gewoontes. Een goede hygiëne beschermt niet alleen tegen bacteriën, maar kan ook helpen om een hondengeur in huis te verminderen.
Zelf een compleet en gebalanceerd menu samenstellen
Je hond rauw voeren is gelukkig een stuk meer dan zomaar een lap vlees in zijn bak gooien. Zie het samenstellen van een goede rauwe maaltijd als een legpuzzel: elk stukje heeft een andere vorm, maar samen creëren ze een compleet en perfect passend beeld. Een gebalanceerd dieet is opgebouwd uit verschillende bouwstenen die stuk voor stuk onmisbaar zijn voor de gezondheid van je hond.
Kijk maar naar wat een wolfachtige in de natuur eet. Die verslindt niet alleen het spiervlees van een prooi, maar ook de organen, de botten en soms zelfs de maaginhoud. Dit totaalpakket levert precies de voedingsstoffen die een hond nodig heeft om te floreren. Laten we die bouwstenen eens van dichterbij bekijken.
De drie pijlers van een rauw dieet
Een evenwichtige rauwe maaltijd steunt op drie onmisbare pijlers. De juiste verhouding tussen deze componenten is cruciaal, want alleen zo weet je zeker dat je hond alle nodige vitamines, mineralen en eiwitten binnenkrijgt.
De drie onderdelen waar je niet zonder kunt, zijn:
- Spiervlees: Dit is de basis van de maaltijd. Het levert de hoogwaardige eiwitten die essentieel zijn voor spieropbouw en energie. Denk hierbij aan rundvlees, kip, lam of vis.
- Orgaanvlees: Organen zijn de multivitaminen van de natuur. Lever, nier, hart en pens barsten van de essentiële voedingsstoffen zoals vitamine A, B-vitamines, ijzer en zink.
- Vlezige botten: Dit is de natuurlijke bron van calcium en fosfor, onmisbaar voor een sterk gebit en skelet. En het kauwen erop is meteen een fantastische tandenborstel!
Een complete rauwe maaltijd is een zorgvuldig samengestelde mix van spiervlees, orgaanvlees en vlezige botten. Door deze elementen in de juiste verhouding te geven, boots je het dieet van de voorouders van je hond na en voorzie je in al zijn nutritionele behoeften.
Een gouden regel: geef nooit gekookte of gerookte botten. Die worden broos en kunnen gevaarlijk splinteren. Kies altijd voor rauwe, vlezige botten die passen bij het formaat van jouw hond.
Zelf aan de slag of kiezen voor gemak?
Nu je de bouwstenen kent, sta je voor een keuze. Ga je zelf aan de slag met het samenstellen van maaltijden, of kies je liever voor een kant-en-klare oplossing? Beide opties hebben zo hun eigen voordelen.
Zelf samenstellen (BARF)
Met de BARF-methode (Bones and Raw Food) heb je zelf de touwtjes volledig in handen. Jij bepaalt precies wat er in de voerbak belandt. Dit is ideaal als je hond bijvoorbeeld een allergie heeft en je bepaalde diersoorten moet vermijden. Het vraagt wel wat kennis en voorbereiding om de juiste balans te vinden.
Een goede startverhouding voor een BARF-dieet is vaak:
- 50% spiervlees
- 15% vlezige botten
- 15% orgaanvlees (waarvan maximaal 5% lever)
- 20% groente- en fruitmix (optioneel, voor extra vezels en antioxidanten)
Kant-en-klaar vers vlees (KVV)
Voor wie op zoek is naar gemak en zekerheid, is KVV de perfecte uitkomst. Dit is een complete, gemalen mix van spiervlees, organen en botten die al in de juiste verhoudingen is samengesteld en ingevroren. Je hoeft het alleen maar te ontdooien en te serveren. Simpeler kan niet!
KVV is een fantastische manier om te beginnen met het voeren van rauw vlees aan je hond. Het neemt de twijfel weg of je de verhoudingen wel goed hebt, want de fabrikant heeft dat denkwerk al voor je gedaan. Zo weet je zeker dat je hond een complete en voedzame maaltijd krijgt, zonder dat je zelf voedingsdeskundige hoeft te spelen.
Stap voor stap overstappen op rauw voer
Oké, de knoop is doorgehakt: je gaat je hond rauw vlees geven. Super! Maar hoe pak je dat aan? Het spijsverteringssysteem van je hond is natuurlijk gewend aan zijn oude brokken en moet even omschakelen naar dit nieuwe, verse menu.
Geen paniek, dat is makkelijker dan je denkt. Het belangrijkste is dat je goed naar je hond kijkt en het tempo kiest dat bij hem past. Er zijn eigenlijk twee manieren om dit te doen. Laten we ze eens rustig bekijken, dan kun je zelf bepalen wat voor jullie het beste voelt.
Methode 1: De snelle switch
De snelle overstap, ook wel de ‘cold turkey’ methode genoemd, is precies wat het klinkt. De ene dag geef je de laatste bak brokken, de volgende dag staat er vers vlees op het menu. Deze aanpak werkt vaak verrassend goed, vooral bij jonge, gezonde honden die wel tegen een stootje kunnen.
Het idee erachter is simpel: brokken en rauw vlees verteren op een heel andere manier. Door ze niet te mengen, hoeft het lijf van je hond niet twee verschillende systemen tegelijk op te starten.
Hoe het werkt:
- Een dagje vasten (mag, hoeft niet): Geef je hond ’s avonds zijn laatste portie brokken. De volgende ochtend sla je het ontbijt een keertje over. Zo is zijn maag-darmkanaal lekker leeg en klaar voor iets nieuws.
- De eerste rauwe maaltijd: Geef ’s avonds, na de vastendag, een eerste, kleine portie rauw vlees. Begin met iets licht verteerbaars, zoals kip, kalkoen of eend.
- Even afwachten: Hou je hond goed in de gaten. Hoe vindt hij het? En – heel belangrijk – hoe ziet zijn ontlasting eruit? Een beetje slappe poep in het begin is heel normaal.
Methode 2: De geleidelijke overgang
Heeft jouw hond een wat gevoeligere buik, is hij al op leeftijd, of vind je de snelle switch gewoon een beetje te spannend? Dan is de geleidelijke aanpak een perfecte, zachte keuze. Hierbij meng je het rauwe vlees langzaam door de oude brokken heen.
Je bouwt de hoeveelheid rauw vlees in een periode van één tot twee weken rustig op, terwijl je de brokken steeds verder vermindert.
Een schema zou er ongeveer zo uit kunnen zien:
- Dag 1-3: 75% oude brokken, 25% rauw vlees
- Dag 4-6: 50% oude brokken, 50% rauw vlees
- Dag 7-9: 25% oude brokken, 75% rauw vlees
- Vanaf dag 10: 100% rauw vlees!
Ongeacht de methode die je kiest, de ontlasting van je hond vertelt je alles. De ideale ‘rauwvoer-drol’ is klein, stevig en donker. Dat is hét teken dat de spijsvertering op de goede weg is!
Hoe ‘lees’ je de reactie van je hond?
Tijdens de overstap is het superbelangrijk om goed op je hond te letten. Een beetje gerommel in de buik of wat dunnere ontlasting in de eerste dagen is niet gek. Het lichaam is gewoon aan het wennen. Zolang je hond vrolijk en energiek is, is er meestal niks aan de hand.
Wanneer moet je wel even opletten?
- Als de diarree langer dan een dag of twee aanhoudt.
- Als je hond suf wordt of moet overgeven.
- Als je bloed bij de ontlasting ziet.
Is dat het geval, doe dan even een stapje terug in je schema of bel voor de zekerheid even met je dierenarts. De overstap naar een dieet van rauw vlees voor je hond hoort een positieve ervaring te zijn. Neem de tijd, heb een beetje geduld en voor je het weet, smult je hond van zijn nieuwe, gezonde maaltijden.
De meest gestelde vragen over rauw vlees voeren
De overstap naar rauw vlees voor je hond roept vaak een hoop vragen op. Dat snap ik helemaal, want je wilt natuurlijk het allerbeste en veiligste voor je trouwe maatje. Laten we daarom de meest voorkomende vragen die ik van hondenbaasjes krijg eens rustig doornemen. Ik geef je heldere, praktische antwoorden, zodat je met een gerust hart aan dit avontuur kunt beginnen.
Hoeveel rauw vlees moet mijn hond per dag?
Dit is misschien wel de vraag die ik het vaakst hoor, en gelukkig is er een handige vuistregel waar je mee kunt starten. De precieze hoeveelheid hangt natuurlijk af van de leeftijd, het ras, het gewicht en hoe actief je hond is.
Een goed startpunt voor een volwassen hond is 2% tot 3% van zijn ideale lichaamsgewicht per dag.
Stel, je hebt een gezonde, volwassen hond van 20 kilo. Dan ziet het rekensommetje er zo uit:
- 2% van 20 kg = 400 gram per dag (voor een hond die het liever rustig aan doet)
- 3% van 20 kg = 600 gram per dag (voor een actieve hond die graag rent en speelt)
Zie dit echt als een beginpunt. Het allerbelangrijkste is om goed naar je hond te kijken. Een simpele truc is de ‘ribben-check’: je moet de ribben goed kunnen voelen, maar ze niet prominent kunnen zien. Voel je ze amper? Dan mag de portie wat kleiner. Zie je ze te duidelijk? Dan mag er een schepje bij. Voor puppy’s en extreem actieve honden gelden andere regels; zij hebben een hoger percentage nodig, soms wel tot 10% van hun lichaamsgewicht tijdens de snelste groei.
Is rauw vlees wel geschikt voor elke hond?
In principe kan bijna elke hond, van kleine pup tot grijze senior, genieten van rauw vlees. De aanpak en de samenstelling van de maaltijd pas je wel aan op de levensfase en de gezondheid van je hond.
- Puppy’s: Een rauw dieet is een fantastische start voor een pup, maar de balans is hier echt cruciaal. Vooral de verhouding tussen calcium en fosfor is essentieel voor een sterke botontwikkeling. Kies daarom altijd voor een complete KVV die speciaal voor puppy’s is gemaakt, of laat je heel goed adviseren door een voedingsdeskundige als je zelf maaltijden wilt samenstellen.
- Senioren: Ook oudere honden hebben veel baat bij vers vlees. Het is licht verteerbaar en helpt ze om mooi op gewicht te blijven. Let bij senioren wel op een iets lager vetgehalte en houd rekening met de staat van hun gebit als je botten geeft.
- Honden met gezondheidsproblemen: Heeft je hond een medische aandoening, zoals nierfalen of een gevoelige alvleesklier? Dan is het een absolute must om altijd eerst met je dierenarts te overleggen voordat je de overstap waagt.
Mijn hond drinkt veel minder, is dat normaal?
Ja, dit is volkomen normaal en eigenlijk een heel goed teken! Het is een van de eerste dingen die baasjes opvalt als ze de brokken inruilen voor vers vlees. De reden is eigenlijk heel logisch.
Droge brokken bevatten maar ongeveer 10% vocht. Rauw vlees daarentegen bestaat van nature al voor zo’n 70% uit vocht. Je hond krijgt dus een groot deel van zijn dagelijkse vochtbehoefte al via zijn maaltijd binnen. Logisch dus dat zijn dorst merkbaar afneemt. Zorg natuurlijk wel dat er altijd een bak vers water klaarstaat, maar maak je geen zorgen als die veel minder snel leeg is dan je gewend was.
Wat als mijn hond diarree krijgt na de overstap?
Raak niet in paniek als de ontlasting de eerste dagen wat dunner of wisselend is. Dat is niet ongewoon. Het spijsverteringsstelsel van je hond, met name de zuurgraad in de maag, moet echt even wennen aan deze nieuwe manier van eten. Dit duurt meestal een paar dagen tot een week.
Blijf rustig en geef het lichaam van je hond de tijd om zich aan te passen. Milde, kortdurende diarree is vaak gewoon een teken dat de interne ‘fabriek’ aan het omschakelen is.
Is de diarree mild, dan kun je de portie tijdelijk wat verkleinen en zorgen dat je hond goed blijft drinken. Blijft de diarree langer dan twee dagen aanhouden, wordt het echt waterdun, of wordt je hond er ook lusteloos van of gaat hij braken? Dan is het altijd tijd om de dierenarts te bellen.
Moet ik mijn hond vaker ontwormen?
Het voeren van rauw vlees aan je hond kan het risico op bepaalde wormen, zoals lintworm, inderdaad iets verhogen. Dit komt doordat sommige parasieten via rauw vlees overgedragen kunnen worden.
Het is daarom verstandig om het ontwormingsschema van je hond hier even kritisch naar te kijken. De algemene richtlijn voor de meeste volwassen honden is vier keer per jaar ontwormen. Als je hond rauw eet, is het een goed idee om dit schema strikt aan te houden. Overleg eventueel met je dierenarts of een hogere frequentie in jullie specifieke situatie nodig is. Zo houd je je hond gezond en voorkom je nare problemen.
Bij Lizzy & Lola begrijpen we dat je alleen het allerbeste wilt voor je hond, van voeding tot verzorging en comfort. Ontdek ons assortiment met stijlvolle en praktische hondenbenodigdheden die het leven van jou en je hond elke dag een beetje mooier maken. Van comfortabele manden tot verzorgingsproducten, je vindt het allemaal op onze website.